top of page
Zoeken

VOLKSKRANT - Kinderen hebben het recht om afwijkend gedrag te laten zien


Plak niet meteen een label op kinderen die niet in het gemiddelde hokje passen, want dat leidt de aandacht af van wat zij aan ondersteuning nodig hebben. Verschillen accepteren hoort erbij.


In een interview in de volkskrant deelde psychiater Branko van Hulst zijn visie op psychische problemen. Hij benadrukte dat we niet te snel moeten denken in stoornissen, maar dat we ook de omstandigheden moeten meewegen die bijdragen aan de problemen. Als orthopedagogen in de praktijk zien we nog een andere trend die bijdraagt aan wat we je diagnosedrift zou kunnen noemen: het stigmatiseren van kinderen die niet aan het gemiddelde voldoen.


Gemiddeld krijgt 1 op de 15 kinderen in Nederland tijdens hun jeugd een label, zoals adhd, autisme of dyslexie. De Australische wetenschapper Sophie Isobel noemt dit in vakblad Children & Society een vorm van ‘epistemisch onrecht’, waarbij kinderen het recht wordt ontzegd om afwijkend gedrag te vertonen. Dit gaat in tegen het Verdrag van de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties.


Gemedicaliseerde benadering

De drang om gedrag in hokjes te plaatsen heeft in de praktijk van de hulpverlening geleid tot een gemedicaliseerde benadering van kinderen met afwijkend gedrag, in plaats van een pedagogische aanpak. Het benoemen van gedrag als adhd, hoogbegaafdheid of autisme lijkt grip te bieden op complex gedrag. Maar het is belangrijk te realiseren dat deze categorisering uiteindelijk te simpel is en dat de werkelijkheid bestaat uit een verscheidenheid aan factoren zoals aanleg, omgeving en ervaringen.

Een cruciale eerste stap voor hulpverleners, als we dit willen veranderen, is het accepteren dat niet alle kinderen in het ‘gemiddelde’ hokje passen. De huidige meetcultuur, gericht op gemiddeld gedrag en de gemiddelde ontwikkeling van kinderen, is doorgeschoten.


Spullen verstoppen

We moeten afwijkend gedrag niet gelijk als een probleem beschouwen. Onlangs bezochten bezorgde ouders de praktijk van een van ons vanwege zorgen over het gedrag van hun 6-jarige kind. Ze merkten op dat het kind stiekem spullen verstopte en erover loog. De vader vroeg zich af: ‘Is dit normaal voor een 6-jarige?’ Een andere ouder zei: ‘Mijn kind kan zich niet goed concentreren, terwijl zijn broertje dit juist erg goed kan. Zijn schoolresultaten zijn hierdoor ook niet goed.’ Het liefst willen ze een onderzoek, met name gericht op het vaststellen van een mogelijke stoornis of classificatie.

Natuurlijk kan een diagnostisch label behulpzaam zijn om te begrijpen wat het kind nodig heeft. Echter, zo’n hokje is vaak niet nodig en biedt weinig praktische handreikingen voor het kind en de opvoeders. Een overdreven focus op deze hokjes heeft gezond nadenken over wat je als opvoeder kunt doen, ondergeschikt gemaakt aan het vasthouden aan de labels én de verwachtingen van bijbehorende behandelingen.


Woedebuien

Feitelijk bestaat afwijkend gedrag ook niet echt. Wat als normaal wordt beschouwd, is simpelweg het gedrag dat het meeste voorkomt. De meeste kinderen hebben wel eens een woedebui, misschien eens per week, en dat wordt als normaal beschouwd. Echter, als je een temperamentvol kind hebt, kan het aantal woedebuien oplopen tot vijf per dag. Is dat dan nog normaal? Ja, dat is het. Alleen zijn kinderen met slechts één woedebui per week in de grote meerderheid, waardoor het gedrag van het temperamentvolle kind meer opvalt.

Zoals een Amerikaanse hoogleraar ooit zei: ‘The kids who need the most love will ask for it in the most unloving ways.’ Kinderen zijn niet moeilijk; ze hebben het wel soms moeilijk en hebben daarom ondersteuning en liefde nodig.

Willen we het percentage kinderen met een label verlagen, dan moeten we afwijkend gedrag niet meteen als een probleem beschouwen. De toekomst van de opvoeding en hulpverlening begint met acceptatie van de verschillen tussen kinderen en het voeren van open gesprekken over wat ieder kind nodig heeft


Danielle Goedhart-Bax is orthopedagoog-generalist en directeur van kinder- en jeugdpraktijk Een Stap Voor. Matthijs Heijstek is orthopedagoog-generalist en docent en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht.




コメント


bottom of page